| HTV De IJsberg | door Bas Könning Naar aanleiding van een reeks gesprekken over vrijheid en hechting in kunstenaarsinitiatief W139 mei, juni, juli 1997 Het initiatief van de filosoof in het initiatief van de kunstenaar De wetenschapper Van Leeuwenhoek had veel lenzen te slijpen. Zijn vriend, kunstschilder Vermeer bood hem hulp. Vermeer vroeg ook de filosoof Spinoza, en zo zaten de drie heren regelmatig ‘s avonds na het werk in Huize Van Leeuwenhoek schier oneindig te schuren. Het slijpen van een lens vergt veel tijd, maar het is een routinematige handeling en men hoeft er dus niet bij na te denken. Er is niets bekend over de gesprekken tussen de uitvinder, de schilder en de filosoof; misschien poetsten ze de lenzen in stilte. Ik denk het niet. Ik vermoed dat ze veel en druk spraken. Spinoza had op die avonden wellicht twee van de weinige goede verstaanders van zijn werk. Spinoza geloofde in God, maar hij werd door de kerk in de ban gedaan om wat hij zei over God: ‘God kan hetgeen Hij doet niet ongedaan laten, alles wat Hij doet is noodzakelijk door Hem te voren bepaald, anders zou Hij veranderlijk zijn, hetgeen een grote onvolmaaktheid zou zijn. Daar deze voorbepaaldheid bij Hem van eeuwigheid moet zijn zo volgt daaruit dat God de dingen van te voren op geen andere wijze heeft kunnen bepalen. God kan niet nalaten wat Hij doet. Sommigen houden dit voor laster en minachting van God. De bewering spruit echter alleen hieruit voort, dat niet recht begrepen wordt waarin de ware vrijheid bestaat. Deze bestaat toch geenszins in dat men iets goeds of kwaads kan doen of laten: neen, de ware vrijheid is alleen de eerste oorzaak, die volstrekt door niets anders geprangd of genoodzaakt wordt en door zijn volmaaktheid alleen oorzaak is van alle volmaaktheid.’ Vermoedelijk waren zijn vrienden Johannes en Antoni het eens met Benedictus de Spinoza, in een tijd waarin alleen al omgang met Spinoza een misdrijf was. Ze deden hun werk in de wetenschap dat ze deden wat ze niet anders konden doen. Vrijheid was in hun tijd niet eens God gegeven. Ik weet niet precies hoe er in de loop der eeuwen op Spinoza werd gereageerd, Schopenhauer hield nog een soortgelijk betoog over het ontbreken van vrijheid (alleen ditmaal zonder God: Ik ben precies zoals ik, gezien de omstandigheden, moet zijn. Ik reageer op de omstandigheden zoals iemand met mijn eigenschappen, gezien de omstandigheden, moet reageren. Ik ben voorbestemd zoals de vruchten aan een boom) maar het begrip vrijheid was daarmee nog niet genoeg gekneveld. Immers: vrijheid moet totaal zijn, om te kunnen bestaan. De keuze tussen appeltaart of cake is geen vrijheid maar is dwang. Vrijheid kan niet bestaan waar dingen bestaan, en kan niet bestaan waar dingen ontbreken; Als in mijn wereld alleen een boom bestaat, ben ik niet vrij, want ik kan niet zijn op de plek waar de boom is. Als de boom er niet is ben ik ook niet vrij, want dan kan ik niet schuilen onder de boom. Vrijheid moet, net als stilte, ongeschonden zijn om te kunnen bestaan. De eeuwen gingen voorbij, en ondanks de hermetische ideeën van de oude filosofen bleef het begrip vrijheid veel tijd in beslag nemen van de moderne filosofen. Voor mij was de kous over vrijheid, (op een beetje Wittgenstein na: misschien bestaat er in het heden geen vrijheid, maar ons besef van mogelijkheden is wezenlijker dan ons besef van waarheden.) bij Schopenhauer af. En toen was er, plotseling, in kunstenaarsinitiatief W139 een reeks gesprekken over vrijheid en hechting. Onder de titel Weerzin en Werkelijkheid werden kunsthistorica Elly Stegeman, toneelkenner Kees Vuyck en de filosofen Kees Jan Brons en Ben Schomakers aangekondigd als vaste tafelgasten in een serie van 6 maandelijkse avonden, waarin steeds een gastspreker een inleidend verhaal zou houden over het onderwerp: psychiater/beelhouwer DJ de Levita, filosoof Jos de Mul, priester/kunsthistoricus Antoine Bodar en beeldend kunstenaar JCJ Vanderheyden. Dat hedendaagse poepie over vrijheid wilde ik wel ruiken. Nu kon ik mijn oude filosofen in een modern perspectief gaan bezien. Ik had wel eens gepoogd op dit gebied wat te lezen van bijvoorbeeld de filosoof Derrida, maar ik verdwaalde daarbij voortdurend in het verschil tussen niet mee eens zijn en niet begrijpen. Vlak voor de eerste lezing ontving ik een ansichtkaart van een vriend die een reis maakt door de Sahara. Hij schreef: De stilte van de vlakte stijgt uit boven het geraas van de jeep. Inneens was mijn idee van vrijheid vrij. Als stilte lawaai kan overstemmen, dan kan vrijheid ook dwang overstemmen. Plotseling was alles mogelijk. En alles bleek mogelijk in W139. Juist de hechting van het geloof kan je vrij maken (Bodar), internet geeft vrijheid, want de geest wordt lichaamloos, (De Mul) ook een auto geeft vrijheid (De Mul), hoewel vrijheid natuurlijk ook een ander woord is voor niets te verliezen hebben (Janis Joplin). Vrijheid kan je creëeren, vrijheid kan je geboden worden, en vrijheid kan je geopenbaard worden. Een man vraagt een oude Rabbi om raad; hij heeft een kip en een haan en moet één van de twee slachten voor een feestmaal. Hij verkeert in dubio. Als hij de kip slacht wordt de haan boos, als hij de haan slacht wordt de kip boos, wat moet hij doen. De rabbi laat de man een week later terug komen, en dan heeft hij de oplossing: slacht de kip. De man: Maar dan wordt de haan boos! De rabbi: Nou dan wòrdt ie boos. Overal is vrijheid; wij zijn zo vrij als wat, misschien zijn we vrijer als vroeger, misschien voelen we ons vrijer, maar wij zijn vrij. En de vrijste van allemaal is de kunstenaar. Die is ontzettend vrij. De kunstenaar doet zijn werk, autonoom en zonder enige ballast. JCJ Vanderheyden: ‘ook zonder de kunstgeschiedenis zou ik maken wat ik maak’. En het hoeft niet eens autonoom te zijn, het hoeft niet op zichzelf te staan; Stegeman: ‘ik zie in de moderne kunst steeds vaker dat de persoonlijke achtergrond van de kunstenaar deel uitmaakt van het werk en bekend moet zijn aan de toeschouwer om het werk te kunnen begrijpen, en ik vind dat een waardevol aspect.’ Tsjonge! (Daar kun je als filosoof - die zijn filosofisch werk toch inzichtelijk moet maken, zonder dat de lezer er een biografie bij moet pakken - wel jaloers op zijn.) En de kunstenaar bekommert zich niet om wat het begrip ‘kunst’ inhoudt; JCJ: ‘Ik maak werk en anderen noemen dat kunst en noemen mij kunstenaar; daar bemoei ik mij niet mee’. Maar met die vrijheid komt de weerzin: JCJ wilde een aantal jaar geleden geen kunstenaar meer zijn. Ik ben geen kunstenaar meer. Maar dat ging mooi niet door: zijn uitspraak maakte hem nog méér kunstenaar, alles wat hij aanraakt verandert nou eenmaal in goud, en zijn uitspraak werd een performance van bejubelde schoonheid. En dus doet JCJ Vanderheyden zijn werk in de overtuiging dat hij doet wat hij niet anders kan doen. Hij spreekt niet over vrijheid, hoogstens over speling. 8 juni was de laatste lezing: Maarten van Nierop sprak over illusies als redding uit de werkelijkheid, en haalde een voorbeeld van Nietsche aan: De mens brengt zijn leven door, slapende op de rug van een tijger; de filosoof wil hem wakker maken en waarschuwen, de kunstenaar zegt: laat hem toch slapen. De dikke lucht van Nietsche vult de ruimte: de filosoof wil klaarheid en de kunstenaar illusies, in een wereld waar de werkelijkheid kil is en illusies ons daartegen beschermen. Het is natuurlijk niet waar. Nietsche slaapt, op de rug van een tijger of ergens anders, en droomt dat hij zwemt in een bad met piranha’s. En de kunstenaars en filosofen staan erbij en kijken ernaar. Het is een vreemde verhouding, die tussen de kunstenaar en de filosoof. Omdat filosofen de kunst vaak extreem theoretiseren of juist vervallen in amateuristisch idolisme. En de kunstenaar in de filosofie is als de Amerikaan in Europa: hij is wel geïnteresseerd, maar na 36 kiekjes van hemzelf met een mooie volzin op de achtergrond, wil hij weer vlug naar huis. Hij moet weer aan het werk, en praatjes vullen geen gaatjes. Hoe moeizaam echter de verhouding tussen de kunstenaar en de filosoof ook is, men wil heel graag wat met elkaar en er gaat een vervolg komen op de eerste reeks avonden in W139, over kunst en weerzin en filosofie en werkelijkheid en hechting en vrijheid. Ik kijk er naar uit. Hopelijk is Kees Jan Brons er ook weer bij; wat een charmante spreker is die man. Van hem zou ik graag een tekening of een schilderijtje hebben. Bas Könning Noot: Geen van de aangehaalde citaten is een letterlijke weergave.
|